Donkervoort P24 RS: de ultieme tegenaanval op de digitale sportwagen

780 kilo, tot 600 pk en 2.3G bochtengrip, dit is Nederlands rijplezier op hypercar-niveau.

25/01/2026

In een wereld waar sportwagens steeds zwaarder, stiller en vooral computergestuurder worden, doet Donkervoort wat Donkervoort altijd doet: exact het tegenovergestelde.

De nieuwe Donkervoort P24 RS is geen auto die je “makkelijk” vindt. Het is een auto die je kiest, omdat je feedback wil, omdat je controle wil, en omdat je genoeg hebt van rijbeleving die door software gefilterd wordt. Dit is Donkervoort’s nieuwe definitie van een driver’s car: ultralicht, extreem snel, en gebouwd met de filosofie dat de bestuurder het brein moet zijn, niet de auto.

780 kg: de basis van alles

Het meest schokkende cijfer van de P24 RS is niet de pk’s, niet de downforce, niet de 0–200. Het is het gewicht. 780 kg (droog). Dat is ver onder de één ton, in een tijd waarin sommige “sportieve” EV’s richting 2.500 kg gaan.

Donkervoort zegt het zelf: hoe minder massa je meeneemt, hoe minder je moet afremmen, omgooien en opnieuw versnellen. Het maakt elke component kleiner, elke beweging directer en elke rit intiemer. Dit is geen marketingquote, dit is pure fysica en het fundament van wat de P24 RS zo bijzonder maakt.

Power To Choose: 400, 500 of 600 pk wanneer jij dat wil

Onder de motorkap ligt een volledig nieuwe 3.5-liter twin-turbo V6 met Donkervoort’s Power To Choose-functie: jij bepaalt of je rijdt met 400, 500 of 600 pk. Het maximumkoppel piekt op 800 Nm, en de motor blijft zijn 600 pk vasthouden van 5.500 tpm tot aan de 7.000 tpm redline. Donkervoort claimt hiermee iets unieks: de enige straatlegale 600 pk-supercar onder 1.000 kg.

Die vrijheid gaat verder dan vermogen alleen. Tractiecontrole is instelbaar, maar nergens verplicht. De auto wil je niet redden; hij wil je laten rijden.

Billet turbos en F1-technologie: nul lag, maximaal gevoel

De turbo’s zijn het soort detail waar Donkervoort zich onderscheidt van grote merken. Ze zijn custom ontwikkeld met Nederlandse F1-toeleverancier Van der Lee en gebruiken billet turbines op kogellagers. Geen standaarddelen, geen gedeelde componenten met andere turboproducties. Klein, licht (slechts 4 kg per turbo) en vooral: razendsnel opspoelend.

Donkervoort claimt dat dit de vertraging volledig uitwist. Gasrespons moet instant aanvoelen, tot aan de limiter. Ook de charge-air koeling is exotisch: 3D-geprinte, watergekoelde intercoolers van Conflux, slechts 1,4 kg per stuk. Het doel is een extreem korte inlaatweg, opnieuw om lag en inertie te elimineren.

Power-to-weight die hypercars doet blozen

Als je 600 pk op 780 kg zet, krijg je cijfers die niet meer in “sportwagen”-territorium zitten. Donkervoort communiceert een 770 pk per ton.

De P24 RS moet van 0 naar 200 km/u gaan in 7,4 seconden en zijn topsnelheid ligt boven de 300 km/u. Maar Donkervoort benadrukt: deze auto is niet gebouwd om rechte stukken te domineren. De auto is gebouwd om bochten, feedback en controle zo verslavend mogelijk te maken. En dat vertaalt zich in iets bijna absurd: 2.3G mechanische bochtengrip.

Aero: downforce zonder drama, en afneembaar voor wie het wil

De standaardauto gebruikt ondervloeraerodynamica voor stabiliteit, maar wie circuitwerk plant kan kiezen voor een afneembare aero kit met corner wings voor- en achteraan. Die set levert tot 90 kg gebalanceerde downforce bij 250 km/u, zonder de topsnelheid te slopen. Titanium skid blocks moeten de onderdelen beschermen wanneer je echt hard gaat.

Het beste? Alles is ontworpen om functioneel te zijn én gebruikersvriendelijk: de wings zitten vast met slechts enkele bouten.

Fort-Ex: crash-structuur als lichtgewicht wapen

De grootste technische doorbraak zit vooraan: Fort-Ex, een 9 kg licht Ex-Core carbon subframe dat werkt als crashstructuur én integratieplatform. In dat ene onderdeel zitten de voorophanging, koeling, aero en crash cones samengebracht. Het is ontworpen als een front-clip zoals je die in endurance racing ziet: subassemblage, hoge precisie, en vooral: stijfheid zonder massa.

Donkervoort gebruikt Ex-Core steeds meer om complexe carbonstukken te maken die voor grote merken bijna onbetaalbaar zouden worden.

Aero Blades headlights: klaplampen 2.0

Nog zo’n typisch Donkervoort-moment: de P24 RS krijgt een industrieprimeur met swing-out Aero Blades headlights. Wanneer je ze niet nodig hebt, zitten ze verborgen om luchtweerstand te verminderen. Wanneer je ze nodig hebt, zwaaien ze horizontaal uit om de airflow beter te sturen langs de ophanging. DRL’s en richtingaanwijzers zitten bovenaan op de carbon motorkap, grootlichtunits in de grille. Het is dramatisch én functioneel. Precies zoals deze auto.

Interieur: digitaal waar het moet, analoog waar het telt

De P24 RS kiest niet voor een Tesla-achtige cockpit. Je krijgt een digitaal instrumentenpaneel, maar de belangrijkste functies blijven knoppen en draaiknoppen, zodat je ogen op de weg blijven. Er is optioneel een iPad Mini-mount als multimedia-oplossing, maar dit blijft een rijdersauto, geen rolling iPhone.

De Recaro-stoelen zijn speciaal ontwikkeld, geschikt voor bestuurders tot 2,05 meter, en de zespuntsgordels zijn legaal voor weg én circuit. De Twin Targa dakconstructie bestaat uit twee carbon panelen rond een centrale Ex-Core bar. Praktisch detail: er is 298 liter bagageruimte, vergelijkbaar met een compacte hatchback. Dat maakt de P24 RS, verrassend genoeg bruikbaar voor weekendtrips.

Exclusief, familiebedrijf, en nu al (bijna) uitverkocht

Donkervoort bouwt slechts 150 exemplaren en meer dan 50 stuks zijn al verkocht aan klanten in Europa, de VS en het Midden-Oosten. Leveringen starten april 2026.

De naam P24 is geen willekeurige code: hij verwijst naar Phébe, het tweede kind van CEO Denis Donkervoort. Familie en erfgoed zijn geen marketinglaag bij Donkervoort, maar het fundament. Het merk bestaat sinds 1978 en is nog steeds in handen van dezelfde familie.

AutoNext verdict

De Donkervoort P24 RS is geen concurrent van Ferrari of Lamborghini in klassieke zin. Hij is extreem op een andere manier. Dit is een auto voor mensen die rijplezier meten in feedback, in remdruk, in stuurgevoel, niet in schermgroottes of rijhulpsystemen.

In 2026 is dit misschien wel de meest radicale statement-car van Europa: een supercar die bewijst dat de toekomst niet per se digitaal hoeft te zijn. De toekomst kan ook licht, mechanisch en emotioneel blijven, als je durft.