Je motor mag een halve liter per 1.000 km drinken, en niets vertelt je dat het gebeurd is
Olie is de enige vloeistof die je auto mag opgebruiken, en de enige waarvan niets de rekening bijhoudt.
Brandstof, koelvloeistof, remvloeistof, ruitensproeiervloeistof: die meet je auto voor je, of hij raakt ze nooit aan. Motorolie staat daar alleen tussenin. Een moderne motor is ontworpen om er een beetje van te verbranden, het instructieboekje zegt dat in nuchtere cijfers, en niets op je dashboard houdt dat getal bij. Volkswagen en Audi vermelden een toegelaten verbruik tot 0,5 liter per 1.000 km, verschillende BMW-motoren mogen nog meer, en de inrijperiode van een gloednieuwe auto is meestal de dorstigste fase van zijn leven. Lees dat als bestuurder en niet als ingenieur, en het betekent dat een kerngezonde auto die 15.000 km tussen twee olieverversingen rijdt, onderweg gerust enkele liters mag drinken. Zet daar de twee andere cijfers naast die tellen. De afstand tussen MIN en MAX op je peilstok staat op de meeste motoren voor ruwweg één liter, en dat is de volledige marge waarmee je werkt. En de onderhoudsintervallen in Europa zijn op sommige auto's opgerekt tot 30.000 km of twee jaar, waardoor de periode tussen twee keer dat een vakman naar je olie kijkt langer is dan ooit. Niets in die keten controleert het peil, behalve jij.
Een halve liter per 1.000 km is een specificatie, geen defect
Garages in heel Europa voeren elke week hetzelfde gesprek: een eigenaar komt binnen, overtuigd dat de motor stuk is omdat er tussen twee beurten een liter bij moest, en de technicus wijst naar een regel in het instructieboekje. Volkswagen, Audi, BMW, Mercedes en zowat alle anderen publiceren een toegelaten verbruik, vaak tot 0,5 liter per 1.000 km, en meerdere merken openen pas een motor onder garantie wanneer het verbruik richting 1,2 tot 1,5 liter per 1.000 km gaat, gemeten met hun eigen verzegelde test over een vaste afstand en niet met jouw schatting. Die lat ligt bewust hoog, en dus is een auto die om de 1.000 km een liter vraagt vervelend, op jaarbasis duur, en volledig binnen specificatie. Daar volgen twee dingen uit. Noteer elke bijvulling met datum, kilometerstand en hoeveelheid, want een verbruiksdossier win je met een gedocumenteerd patroon en verlies je met een vage herinnering, en diezelfde papierlogica bepaalt of onderhoud buiten het merknetwerk je iets kost. En lees een toegelaten verbruik niet als toestemming om niet meer te kijken, want dat cijfer gaat ervan uit dat jij bijvult, niet dat de motor zichzelf redt.
MIN tot MAX is ongeveer één liter, en dat is je volledige marge
Op de meeste motoren staat de afstand tussen de twee streepjes op de peilstok voor ruwweg een liter, soms iets minder. Die ene liter is je volledige werkmarge, en daarom is een auto die op MIN staat niet comfortabel in orde maar door zijn marge heen: elk verder verbruik brengt hem onder het streepje, en er zit minder olie in het carter om warmte af te voeren en vervuiling op te vangen, waardoor wat overblijft sneller veroudert. De omgekeerde fout is de duurdere. Vul je flink te veel bij, dan klopt de draaiende krukas de olie tot schuim, en schuim draagt geen druk en smeert niet; het teveel verhoogt ook de carterdruk, duwt tegen de keerringen en wordt via de ontluchting de inlaat in gezogen, waar verbrandende olie de lambdasonde besmeurt en de katalysator vergiftigt of het roetfilter dichtslibt. Een paar millimeter boven MAX is geen ramp. Een halve liter of meer erboven hoort er weer uit. Wat je ook bijvult, neem een olie met exact de goedkeuring van de fabrikant die in je boekje staat, want twee flessen met 5W-30 op het etiket kunnen naar totaal verschillende normen gebouwd zijn.
Warm, waterpas, en vijf minuten geduld
Zowat elke foute peilstokmeting komt van een van drie dingen: een helling, een motor die net is afgezet, of een stok die er niet helemaal in zat. Parkeer op echt vlakke grond, want een lichte dwarshelling verschuift de meting al een streepje. Rij de motor op bedrijfstemperatuur, zet af, en wacht dan, want het duurt vijf tot tien minuten voor de olie die in de kop en de kanalen hangt terugloopt naar het carter, en een stok die je dertig seconden na het afzetten uittrekt leest te laag en stuurt je olie bijvullen die je niet nodig hebt. Trek de peilstok uit, veeg hem schoon, duw hem volledig terug tot hij vastzit, trek hem opnieuw uit en lees de natte lijn op beide zijden af, waarbij je de laagste van de twee neemt. Nu de motorkap toch openstaat: het expansievat van de koelvloeistof kost je tien seconden extra, en dat is de andere vloeistof die mensen langs de kant van de weg zet. Welke routine je ook kiest, hou ze elke keer identiek, want een peil dat je van maand tot maand kan vergelijken is meer waard dan één perfect uitgevoerde meting.
De auto zonder peilstok meet wel, alleen niet wanneer jij het vraagt
Sinds midden jaren 2000 vervangt een groeiend deel van de Europese auto's, met BMW voorop, de peilstok door een capacitieve sensor in het carter die aan een menu op het dashboard rapporteert. Het is een echte meting, maar geen live meter die je even aan de pomp raadpleegt. De auto geeft pas een cijfer wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is, de bak in P of N staat en de wagen waterpas staat, en de berekening zelf duurt doorgaans een minuut of twee terwijl het systeem corrigeert voor olietemperatuur en de stand van de auto. Onderbreek je ze, dan krijg je helemaal niets. Twee gevolgen zijn de moeite waard. De waarde die je vorige week zag, is niet de waarde die je nu hebt, en vraagt het systeem onderweg om olie, dan heb je de juiste olie bij je nodig, waardoor een verzegelde liter in de koffer op deze auto's echt nuttig is en niet alleen netjes. Peilstokken uit de accessoirehandel voor motoren zonder peilstok zijn giswerk in een buis die daar nooit voor geijkt is.
Een peil dat stijgt is slechter nieuws dan een peil dat zakt
Een oliepeil dat klimt zonder dat iemand olie bijvulde, betekent dat er iets in het carter terechtkomt, en bij een diesel is het antwoord meestal brandstof. Elke keer dat het roetfilter zichzelf schoonbrandt, spuit de motor laat in de cyclus extra brandstof in, en een deel daarvan loopt langs de cilinderwand in de olie in plaats van via de uitlaat te vertrekken. Bij een auto die korte ritten doet, wordt die regeneratie vaak onderbroken voor ze klaar is, dus gaat de brandstof erin terwijl de warmte die ze eruit zou koken nooit komt, en dat is precies waarom een onderbroken regeneratie zoveel schade doet. Verdunde olie is dunner dan ze ontworpen is en beschermt minder, en in het slechtste geval kan een diesel met een zwaar overvol carter op zijn eigen carterolie beginnen doordraaien, en dan heeft de contactsleutel niets meer te zeggen. Stijgt je peil, ruikt de peilstok naar brandstof, of zit er aan de onderkant van de vuldop iets dat op koffiekleurige mayonaise lijkt, wat op koelvloeistof wijst en niet op brandstof, dan is dat een afspraak in de garage en geen bijvulling.
Wat je concreet doet
De hele klus kost je een keer per maand zowat drie minuten, en ongeveer twee euro per jaar aan olie die je toch al nodig had.
Controleer maandelijks en voor elke lange rit. Moest er ooit tussen twee beurten olie bij, controleer dan om de 1.000 km.
Zet de auto waterpas, rij de motor op temperatuur, zet af en wacht vijf tot tien minuten voor je de stok uittrekt.
Vegen, volledig terugduwen, opnieuw uittrekken, beide zijden aflezen en de laagste lijn nemen. Een stok die er de eerste keer niet in zat, liegt tegen je.
Vul bij in stappen van 0,5 liter, wacht vijf minuten en meet opnieuw. Giet nooit in één keer tot aan MAX, want olie heeft tijd nodig om in het carter te geraken.
Koop olie op de goedkeuringscode van de fabrikant uit je boekje, niet op de viscositeit op de voorkant van de fles.
Hou een verzegelde liter van de juiste olie en een kleine trechter in de koffer. Langs de snelweg verkopen ze wat ze toevallig hebben, aan een veelvoud van de prijs.
Noteer datum, kilometerstand en hoeveelheid bij elke bijvulling. Dat logboek is het verschil tussen een garantiegesprek en een discussie.
Rood olielampje: stoppen, afzetten, niet herstarten voor je gekeken hebt. Dat gaat over druk en niet over peil, en daar tellen minuten. Oranje: nakijken bij de eerste veilige gelegenheid.
Gaat het peil omhoog in plaats van omlaag, maak dan een afspraak. Olie komt niet uit het niets.
Veelgestelde vragen
Meet ik warm of koud?
Volg je eigen instructieboekje, want de fabrikanten zijn het niet eens. De meeste Europese handleidingen vragen een warme motor en minstens vijf minuten wachten na het afzetten, terwijl een handvol een koude meting 's ochtends vraagt. Olie zet uit als ze opwarmt, dus de twee methodes geven niet dezelfde lijn op de stok, en ze door elkaar gebruiken is precies hoe mensen zichzelf ervan overtuigen dat het peil beweegt terwijl dat niet zo is. Kies de methode die je auto vraagt en gebruik ze elke keer.
Is rijden met het peil op MIN echt slecht?
Het is niet verboden, het is geen noodgeval, en in orde is het evenmin. Op MIN heb je je volledige marge opgebruikt, dus brengen de volgende paar honderd kilometer gewoon verbruik je onder het streepje, en er zit minder olie in het carter om warmte af te voeren en vervuiling op te vangen, waardoor wat overblijft sneller op is. Aanhoudend hard door bochten of een lange klim met een laag carter kan de oliezuigkorf bovendien even blootleggen. Lees MIN als het punt waarop je vandaag bijvult, niet als een ondergrens waarop je mag blijven zitten.
Ik heb te veel bijgevuld. Hoe erg is dat?
Een paar millimeter boven MAX is doorgaans onschuldig, en de meeste fabrikanten bouwen boven het streepje net daarom wat speling in. Ruwweg een halve liter of meer boven MAX haal je er beter uit, ofwel door een beetje af te tappen aan de carterplug, ofwel door een garage het via de peilstokbuis te laten afzuigen, wat enkele minuten duurt. De schade van een zware overvulling is niet onmiddellijk maar cumulatief: belucht geraakte olie, hogere carterdruk, lekkende keerringen en olie die de inlaat in wordt gezogen, en de rekening belandt meestal op de katalysator of het roetfilter en niet op de motor.
Mijn auto heeft geen peilstok. Kan ik zelf nog meten?
Ja, via het menu in de auto, maar enkel op de voorwaarden van de auto: motor warm, waterpas geparkeerd, bak in P of N, en een minuut of twee geduld terwijl hij rekent. Monteer geen peilstok uit de accessoirehandel in een buis die daar niet voor ontworpen is, want die streepjes zijn iemands schatting en geen ijking. Weigert het scherm je een waarde te geven, dan is de gewone oorzaak dat aan een van die voorwaarden niet voldaan is en niet dat er iets stuk is.
Betekent olieverbruik dat de motor versleten is?
Op zich niet. Olie verlaat een motor langs de zuigerveren en de klepsteelkeerringen, en veren met lage spanning, kleine turbomotoren en lange verversingsintervallen duwen het verbruik omhoog door ontwerp en niet door slijtage. Wat telt, is de trend. Een stabiele halve liter tussen twee beurten op een auto die dat altijd al deed, is een eigenschap. Een auto die drie jaar lang niets gebruikte en nu een liter per maand vraagt, is veranderd, en dat is degene om te laten nakijken.