
Fords geheime V10-Mustang rijdt weer, met 517 pk aan de wielen
Vijf ingenieurs, één V10 en 17 jaar achter in een garage
Fords Heritage Fleet heeft zijn unieke V10-Mustang weer op de baan gezet, 24 jaar nadat een groep ingenieurs hem in eigen tijd begon te bouwen. De wagen is een Mustang GT uit 1999 met een atmosferische 5,8-liter V10 op de plek waar de 4,6-liter V8 hoorde te liggen. Hij bestaat vandaag alleen nog omdat de mannen die hem bouwden besloten dat Ford hem niet zou verschroten.
Ford had geen antwoord op de Dodge Viper, dus goten acht ingenieurs een V10
Het project startte in 2002 binnen Fords groep Powertrain Research and Advanced Engines, en de aanleiding was dat Ford geen grote atmosferische prestatiemotor had op een moment dat Dodge de Viper in huis had. Het antwoord was geen V8 met twee cilinders erachter geplakt. Fords Casting Process Development Centre in Windsor, Ontario goot een volledig nieuw 90-gradenblok, met de extra cilinder middenin elke bank van de 4,6-liter Modular V8. Zo kwam hij op 5,8 liter of 351 kubieke inch uit, en daar komt de naam Boss 351 vandaan.
Twee motorcomputers, want niets kon een 54-90-54-90-V10 aansturen
De vijfkamercilinderkoppen waren gegoten verlengingen van de vierkleps Cobra R-koppen, met nokkenassen en een krukas uit vol materiaal. Het team wilde een krukas met gedeelde krukpennen, sterker en hoger tourend dan het gedeelde-tap-exemplaar uit Fords 6,8-liter truck-V10 en zonder balansas, en betaalde daarvoor met een onregelmatige ontstekingsvolgorde van 54-90-54-90 graden. In 2002 had Ford geen regelmodule die dat aankon, dus draait de motor als twee onafhankelijke vijfcilinders in lijn die een krukas delen, elk met een eigen module en een eigen gasklephuis. Erachter zitten een Tremec T-56 handgeschakelde zesbak en een 9-inch achteras met 3,83:1 eindoverbrenging, in een Cobra R-testmule die al voor de schroothoop stond ingeschreven.
Het team van Jim O'Neill verstopte de Mustang en betaalde het onderhoud
De financiële crisis maakte een einde aan het programma, en Ford schroothoopte in die jaren heel wat prototypes. Deze overleefde omdat de ingenieurs hem niet afgaven. Jim O'Neill, vandaag prototypebouwleider bij Fords advanced powertrain R&D, vertelde hoe de wagen van de ene garage naar de andere verhuisde: “we onderhielden hem zonder geld, we deden het werk zelf”. Hij bleef uit het zicht tot 2019, toen Ford buitenstaanders er eindelijk mee liet rijden. Atmosferische V10's werden intussen ook nooit gewoon, en wat er nog van gebouwd wordt, zoals de Cosworth in de circuitgebonden Red Bull RB17 van Adrian Newey, zijn geen straatwagens.
Fords rollenbank leest nu meer dan 517 pk aan de wielen, tegen 432 vroeger
De Heritage Fleet werkte samen met leden van het oorspronkelijke team om de wagen weer rijklaar te maken, met nieuwe elektronica en een doorlichting van systemen die decennialang niemand had aangeraakt. Daarna zette Ford hem op een rollenbank, waar hij meer dan 517 pk aan de wielen optekende tegenover ongeveer 432 pk toen de wagen nieuw was, bijna 20% meer. De motor stond in zijn oorspronkelijke vorm genoteerd op zowat 507 pk aan de krukas, wat na aftrek van aandrijflijnverliezen netjes aansluit bij dat oude wielcijfer. Het zichtbare verschil aan de wagen vandaag is een gemoderniseerd inlaatsysteem. Ter vergelijking: aan Fords eigen onderdelenbalie koopt een Mustang-rijder vandaag meer dan 800 pk met behoud van garantie.
De Amerikaanse Heritage Fleet telt 175 wagens, en Europa had er eerder een
De dienst die dit werk doet, is nieuw. Ford heeft in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Australië al jaren erfgoedcollecties, maar de Amerikaanse vloot werd pas onder topman Jim Farley officieel opgezet. Ze telt intussen zowat 175 voertuigen, waarvan er ongeveer 50 staan opgesteld op het hoofdkwartier in Dearborn, en ze is bedoeld als interne bron eerder dan als museum: ontwerpers en ingenieurs komen er kijken, en de wagens gaan naar evenementen zoals de Woodward Dream Cruise. Een rijdend prototype dat buiten Ford bijna twee decennia lang niemand kon zien, is precies het argument voor die hele oefening.
AutoNext Take
De Boss 351 verloor geen technisch argument. Fords eigen mensen hadden een 6,4-liter versie van deze V10, goed voor meer dan 600 pk, op tafel liggen als kandidaat voor de tweede generatie Ford GT, en de wagen die uiteindelijk in productie ging kreeg een 3,5-liter twinturbo-V6. De V10 verloor van een recessie en daarna van een downsizingreglement, en dat is iets anders dan verliezen op inhoud. Ford is er vandaag toe bereid de naam Mustang op een vierdeurs hybride te plakken, dus een tiencilinder coupé was nooit het vreemdste idee in het gebouw.
Het beslecht ook waar een erfgoedvloot voor dient. Een geparkeerd prototype is een foto. Een weer opgestart exemplaar leverde een cijfer op dat niemand had, en dat cijfer ligt hoger dan alles wat Ford ooit aan de wagen mat toen het programma nog liep. Er staan zowat 175 voertuigen in de Amerikaanse collectie en een vijftigtal ervan in Dearborn. De maatstaf is hoeveel van de rest weer aanslaan, niet hoeveel er afgestoft worden.


