
De autokeuring in Belgie wordt binnenkort eenvoudiger en veel minder frequent
Een van de meest gehate klusjes in het autoleven wordt net een stuk lichter
Bijna niemand kijkt uit naar de jaarlijkse rit naar het keuringsstation. In Vlaanderen wordt die rit binnenkort veel minder frequent en heel wat eenvoudiger. Vanaf 1 september 2026 verlaagt een brede hervorming van de Belgische technische keuring hoe vaak de meeste voertuigen gecontroleerd moeten worden, schrapt ze papierwerk en geeft ze bestuurders veel meer ademruimte om problemen op te lossen. Voor een keer valt een regelwijziging duidelijk in het voordeel van de automobilist.
Om de twee jaar, niet elk jaar
De belangrijkste wijziging is de frequentie. Personenwagens gaan van een jaarlijkse keuring naar een om de twee jaar. Dit wordt sinds 2024 stapsgewijs ingevoerd, te beginnen met jongere auto's, en vanaf september 2026 geldt het tweejaarlijkse ritme voor alle personenwagens, ook de oudere. Het gaat niet enkel om auto's: bestelwagens en licht vrachtvervoer schakelen tussen 2026 en 2028 geleidelijk over naar een tweejaarlijkse cyclus, landbouw- en kermisvoertuigen gaan van jaarlijks naar om de twee jaar, terwijl taxi's en ziekenwagens van om de zes maanden naar een keer per jaar gaan, en bussen van om de drie tot zes maanden naar jaarlijks.
Minder papierwerk, meer tijd om te herstellen
Ook het administratieve wordt lichter. Je moet je verzekeringsbewijs niet langer meebrengen naar de keuring, en de tijdelijke attesten van drie maanden voor kleine gebreken worden geschrapt. Het belangrijkst: de termijn om een ernstig gebrek te herstellen, de gevreesde rode kaart, wordt verlengd van amper 15 dagen naar volle twee maanden, wat veel stress uit een afgekeurde keuring haalt. Een trekhaak monteren zal ook niet langer een verplichte keuring uitlokken.
Een omwenteling voor het kopen en verkopen van tweedehands
Er komt een grotere wijziging aan voor de tweedehandsmarkt, al moet ze nog definitief worden goedgekeurd. Volgens de voorstellen zou de verplichte keuring bij het privé verkopen van een tweedehandswagen binnen Belgie verdwijnen, waarbij enkel ingevoerde voertuigen er nog een nodig hebben. Twee waarborgen blijven stevig overeind: het Car-Pass-kilometerattest blijft verplicht bij elke verkoop, en een auto die zwaar verongelukt is, moet nog altijd herkeurd worden voor hij terug de weg op mag.
AutoNext Take
Dit is gezond verstand dat lang op zich liet wachten. Belgie was ongewoon streng met een verplichte jaarlijkse keuring, terwijl een groot deel van Europa, de Duitse TUV op kop, al jaren perfect veilig draait op tweejaarlijkse controles. Moderne auto's zijn veel duurzamer en zelfcontrolerender dan die waarvoor deze regels werden geschreven, en eigenaars elk jaar opnieuw een namiddag en een kost laten verliezen, was moeilijk te verantwoorden. Die last halveren, met behoud van de Car-Pass en de herkeuring na ongevallen, oogt als een verstandige herijking en niet als een uitverkoop van de veiligheid.
De terechte bezorgdheid is dat een gat van twee jaar meer versleten banden en vermoeide remmen laat passeren, en dat is een echt risico voor de minderheid van eigenaars die nooit onder hun eigen auto kijkt. Maar de verantwoordelijkheid voor een veilig voertuig lag altijd al bij de bestuurder, niet bij de jaarlijkse keurder, en de langere hersteltermijnen en het lichtere papierwerk maken het makkelijker om het juiste te doen. Voor de overgrote meerderheid van de Belgische automobilisten is dit gewoon minder gedoe, minder kosten en minder verloren tijd, en dat is oprecht goed nieuws.

