
Lotus brengt de Esprit terug, en de koper kiest V8 of V6
Het merk dat zestig jaar lang gewicht schrapte, tekent nu voor 1.000 pk
Lotus bevestigt dat de Esprit terugkeert. De auto die in Hethel de Type 135 heet, komt in 2028 als middenmotor-hybride met meer dan 1.000 pk, vierwielaandrijving en een streefgewicht onder 1.500 kg. Topman Feng Qingfeng gaf deze week de details, en het vermogenscijfer is niet het interessantste.
Het interessantste is dat je hem ook met een V6 zult kunnen kopen. Lotus liet eerder dit jaar zijn elektrisch-only plan vallen, en in 2028 een keuze uit verbrandingsmotoren aanbieden, precies het jaar waarin het merk ooit beloofde daarmee te stoppen, is een opvallende bocht om publiek te maken.
Twee motoren, één wig
Beide komen van Horse, het motorenbedrijf van Geely en Renault samen, dat al verbrandingstechniek voor Lotus bouwt. Vertrekpunt is een nieuwe 3,0-liter biturbo V6 die volgens Lotus met 160 kg de lichtste in zijn soort op de markt is. De V8 is diezelfde motor opgeschaald, en dat is netter bedacht dan het klinkt: gedeelde architectuur, gedeeld gereedschap, twee heel verschillende karakters bovenin de toerenband.
De V6 wordt de goedkoopste van de twee, en dat weegt zwaarder door dan het vermogenscijfer. Lotus verkocht de voorbije jaren zware elektrische SUV's en berlines aan een publiek dat vooral iets wilde dat dichter bij de recentste Emira ligt. Een tweede, goedkopere ingang tot een middenmotor-Lotus is precies het soort commerciële denken waar het merk zich historisch te trots voor voelde.
Een antwoord van 20 kilogram op het hybrideprobleem
Hybridesystemen zijn zwaar, en zwaar is precies wat Lotus zich niet kan permitteren. De oplossing komt uit de racerij. Volgens Feng ontwikkelde het merk een elektromotor die dichter bij een Formule 1-MGU-K staat dan bij een gewone auto-eenheid: energie oogsten onder het remmen en die als koppel teruggeven. Een klassieke motor van ongeveer 204 pk weegt zo'n 95 kg. Het Lotus-exemplaar weegt er naar eigen zeggen ongeveer 20.
Die winst is het hele verhaal. Ze laat Lotus toe een hybride supercar onder 1.500 kg te beloven zonder de elektrische ondersteuning te schrappen waar de prestaties op steunen. Ze maakt vierwielaandrijving bovendien goedkoop in kilo's in plaats van duur. "Vierwielaandrijving kan een uitstekende oplossing zijn", zei Feng, verwijzend naar koppelsoftware die in real time bepaalt hoeveel naar de vooras gaat en hoeveel achteraan blijft.
Daaromheen zitten een carbon kuip met aluminium subframes, luchtvering met traploos regelbare demping en actieve stabilisatorstangen. Niets daarvan leest als een Lotus-specificatieblad van twintig jaar geleden. Alles leest als een auto die op een natte Belgische baanweg even goed moet werken als op Spa.
De halo-auto die Lotus echt nodig had
De Esprit gaat tussen de Emira en de Evija zitten, en neemt in de praktijk van de Evija over als de auto waarop het merk zijn imago bouwt. De elektrische hypercar wordt in Hethel nog altijd met de hand gebouwd, aan acht tot tien exemplaren per jaar, wat prachtig is en commercieel niets betekent. De Esprit moet hetzelfde werk doen in aantallen die op een balans opvallen.
De vormgeving volgt de Theory 1-conceptcar en niet het huidige gamma: rustiger, klassieker, met eenvoudige horizontale achterlichten in plaats van de lichtshow op elke recente Lotus. En het merk doet dit niet op zijn eentje. De Eletre X zette al een verbrandingsmotor terug in zijn elektrische SUV, waardoor de Esprit het tweede bedrijf van dezelfde koerswijziging is en geen alleenstaand geval.
Een prijs noemde Lotus nog niet. Feng verwees naar de Lamborghini Temerario en de Aston Martin Valhalla als richtpunten, een brede vork maar toch een duidelijk signaal. De truc van de originele Esprit, Italië onderbieden, staat niet in dit plan.
AutoNext Take
De V6 is hier de slimste beslissing en krijgt straks de minste aandacht. Een hybride V8 van 1.000 pk zet Lotus op dezelfde bladzijde als Ferrari en Lamborghini, in een segment waar het merk een dun dealernet heeft, onbewezen restwaardes en geen recent trackrecord in het bouwen van supercars in echte aantallen. Een lichtere, goedkopere, eenvoudigere V6-Esprit is een auto die Lotus wel degelijk kan verkopen, en die het hele programma beschermt als de top van de markt in 2028 stilvalt.
Het risico zit in de naam. Esprit staat voor een wig die je bijna kon betalen, niet voor een hybride van €250.000 met vierwielaandrijving en actieve stabilisatorstangen. Lotus wedt erop dat de naam meer waard is dan de herinnering. Krijgt het merk het gewicht onder 1.500 kg, dan klopt die weddenschap waarschijnlijk.


