
Geely krijgt een Europese fabriek, en Ford geeft ze uit handen
Het tarievenprobleem heeft een heel eenvoudige oplossing
Europa bouwde twee jaar aan een tarievenmuur om in China gebouwde auto's buiten te houden, en het antwoord zou altijd hetzelfde zijn als dat van de Japanse en Koreaanse merken decennia geleden: bouw ze hier dan. Ford en Geely maakten dat nu officieel in Valencia, en de betekenis reikt veel verder dan een fabriek in Spanje.
De structuur
Ford krijgt 66 procent van de nieuwe entiteit en Geely Auto 34 procent. Onder voorbehoud van goedkeuring door de regelgevers start de joint venture in de eerste helft van 2027, met de eerste nieuwe modellen van de band in 2028. De fabriek in Valencia draait sinds 1976, toen ze de originele Ford Fiesta bouwde, en heeft een potentiele jaarcapaciteit van zowat 500.000 voertuigen.
Vijf modellen, twee merken
De productie van de Kuga loopt onafgebroken door, en dat telt, want het is een van de best verkochte plug-inhybrides van Europa. Vanaf 2028 komt er een nieuw lid van de wereldwijde Bronco-familie bij, omschreven als een stoere, compacte en avontuurlijke multi-energy SUV voor Europese wegen, plus een volledig nieuwe multi-energy gezinscrossover die door Ford is getekend en samen met Geely ontwikkeld. Geely bouwt er zelf twee elektrische SUV's, zijn eerste modellen uit de samenwerking. Dat zijn vijf voertuigen van twee merken, allemaal in Europa gebouwd.
Waarom Valencia dit nodig had
Een fabriek voor 500.000 auto's is enkel een troef als je ze vult, en Valencia draaide daar na herhaalde banenverliezen ver onder. Volume bundelen over twee fabrikanten is dan ook de kern van de deal: meer auto's door hetzelfde gebouw betekent een lagere kostprijs per auto. Baumbick was duidelijk over de ambitie en zei dat Ford van Valencia een Europese productiereus maakt, met een verwijzing naar de steun van de Spaanse nationale en regionale overheden als voorbeeld voor de rest van het continent.
Wat Geely eruit haalt
Voor Geely is dit een Europese productiebasis, en dat is aanzienlijk meer waard dan een distributieakkoord. "We bouwen auto's in Europa, voor Europa, samen met een vertrouwde partner", zegt Alex Nan, Vice President van Geely Auto Group, die het kadert als winnen op verdienste en niet op prijs. De schaal achter die ambitie is echt: Geely verkocht in de eerste helft van dit jaar alleen al 474.228 voertuigen buiten China.
De voorgeschiedenis die niemand mag vergeten
Ford wijst erop dat de relatie teruggaat tot 2010, toen het Volvo Cars aan Geely verkocht en vervolgens zag hoe Geely het merk beschermde en nieuw leven inblies. Dat is een opvallende uitspraak van Ford, en ze is hier rechtstreeks relevant: Volvo bouwt auto's in Gent, dus de Europese industriele aanwezigheid van Geely is voor Belgie allesbehalve nieuw. Dit breidt ze gewoon uit.
AutoNext Take
Lees door de bedrijfstaal heen en Baumbick zegt iets behoorlijk hards: de emissiedoelen sporen niet met de vraag, de kosten zijn onhoudbaar, en Ford kan Europa niet alleen redden. Zijn zin dat ze niet kunnen wachten tot beleidsmakers hun hervormingen uitgepraat hebben, is het eerlijkste van de hele aankondiging. Een joint venture met een Chinese fabrikant is geen triomf voor de Europese industrie, het is wat er gebeurt wanneer de Europese industrie geen andere opties meer heeft.
Dat gezegd, dit is een veel betere afloop dan het alternatief. Valencia blijft open, het personeel blijft aan de slag, en de auto's worden hier gebouwd in plaats van ingevoerd. Geely krijgt precies waar de tarieven tegen bedoeld waren, maar het krijgt het door te investeren in Europese fabrieken en Europese jobs, en dat was altijd het punt van dat beleid, ook al verwoordde niemand het zo.


