:focal(undefined))
Het sleepoog in je koffer draait de verkeerde kant op, en veel auto's mogen er niet mee gesleept worden
Niemand leest het hoofdstuk over slepen in de handleiding, tot hij in de regen staat met een kabel in zijn hand.
Ergens onder de koffervloer van je auto, naast de krik en de wielsleutel, ligt een kort stalen oog met schroefdraad aan één kant. De meeste bestuurders hebben het al gezien, bijna niemand heeft het ooit gemonteerd, en een verrassend aantal van wie het probeert, geeft op omdat het er niet in wil. Een groot deel van die sleepogen heeft een linkse schroefdraad, ze draaien dus tegen de klok in vast, en wie eraan draait zoals aan elke andere bout op de auto, krijgt het gewoon weer uit zijn handen. Die omgekeerde draad verraadt waar het oog voor dient: hij loopt achterstevoren zodat een kabel die onder belasting draait het niet kan losdraaien, en dat zegt genoeg over de rukkende trekkracht waar de constructeur op rekende. Waar hij niet op rekende, is precies waarvoor de meeste mensen het bovenhalen. Bij een moderne automaat, en bij zowat elke elektrische auto, is je wagen op eigen wielen naar huis trekken geen goedkoop alternatief voor een takelwagen. Het is een versnellingsbak of een aandrijfmodule met een factuur eraan, en in België is het boven 25 km/u sowieso verboden en op de autosnelweg helemaal.
Waar het sleepoog ligt, en waarom het lijkt alsof de draad stuk is
Het reist mee met het gereedschap onder de koffervloer, en bij auto's zonder reservewiel ligt het net zo goed in een zijvak, het handschoenenkastje of onder een zetel. De sokkels waarin het draait, zitten verstopt achter een klein plastic klepje in de bumper, vooraan én achteraan, meestal met een inkeping of een klein pijltje dat aangeeft welke rand je indrukt of oplicht. Wip dat klepje open met een plastic demontagetool of een sleutel in een doek, niet met een blote schroevendraaier, want een uitschuiver op koude lak kost je meer dan de sleepbeurt. Draai het oog daarna volledig in en zet het stevig vast, desnoods met de wielsleutel door het oog als hefboom. Het oog dat onder belasting uitscheurt, is bijna altijd het oog dat handvast bleef. Zit de sokkel vol strooizout en vuil, dan helpt een kruipolie, en dat is precies waar de spuitbus die de meeste mensen voor een smeermiddel houden wél goed in is. En zoek beide sokkels, niet alleen die vooraan: die achteraan bestaat zodat een takelwagen je auto op een oprijwagen kan lieren, en dat is het gebruik dat de meeste eigenaars ooit echt nodig hebben.
Het moeilijke werk is gesleept worden, niet slepen
De auto achteraan de kabel heeft zijn contact aan nodig, ook al draait de motor niet. Dat is wat het stuurslot ontgrendelt en de waarschuwingslichten en remlichten voedt, en een auto die met een geblokkeerde stuurkolom gesleept wordt, rijdt in de eerste bocht rechtdoor. Meteen ook de reden waarom de stand van je wielen bij het parkeren meer uitmaakt dan ze lijkt. Daarnaast zijn er twee systemen die stilletjes ophouden te werken. De rembekrachtiger houdt na het afslaan van de motor nog genoeg vacuüm voor ongeveer twee of drie bekrachtigde trappen, en daarna staat het pedaal zo hard als hout en heb je een gestrekt been nodig. De stuurbekrachtiging is ofwel helemaal weg, ofwel draait ze op een 12V-accu die door niets wordt bijgeladen. Bovendien heeft de gesleepte bestuurder de lastigste van de twee taken: de kabel de hele rit strak houden met licht remmen, want een kabel die eerst slap hangt en dan plots aanrukt, is wat kabels breekt en sleepogen uit bumpers scheurt.
Een automatische bak heeft geen oliedruk als de motor niet draait
In een klassieke automaat met koppelomvormer wordt de pomp die de olie rondstuurt en op druk brengt door de motor aangedreven. Sleep je de auto met een stilstaande motor, dan krijg je exact het omgekeerde van de ontworpen situatie: de wielen laten assen, lamellenkoppelingen en lagers in de bak draaien terwijl er nauwelijks olie bij komt, en de warmte loopt snel op. ADAC houdt het op neutraal, traag en hoogstens enkele kilometers, en heel wat handleidingen zijn strenger en leggen een expliciete grens op in afstand en snelheid, of verbieden het gewoon. Bij dubbele-koppelingsbakken en CVT's is het doorgaans nog strikter. De handleiding is hier de baas, en vind je die bladzijde niet terug in de regen, dan is de veilige lezing dat slepen niet mag. Hetzelfde geldt voor elke vorm van vierwielaandrijving, waar een takelwagen die maar één as opheft de andere as een aandrijflijn laat rondtrekken waar niets in gesmeerd wordt.
Sleep een elektrische auto en zijn motor wordt een generator
Dit is het stuk dat mensen verrast die aannemen dat een EV mechanisch eenvoudiger en dus toleranter is. Geen van beide klopt. ADAC zegt het onomwonden: elektromotoren kunnen ongecontroleerd stroom opwekken wanneer de wielen tijdens het slepen ronddraaien, wat de aandrijflijn kan beschadigen en je fabrieksgarantie kan kosten, en bij sommige modellen wordt de transmissie gesmeerd door een elektrische pomp die alleen draait als de aandrijflijn actief is. Er bestaat geen algemene regel, alleen merkregels, en die lopen sterk uiteen. De BMW iX1 mag helemaal niet op eigen wielen gesleept worden en moet op een oprijwagen. De Kia Niro EV mag enkel met speciaal materieel en met de vooras opgetild. Volkswagen laat het bij zijn elektrische modellen toe onder drie voorwaarden: geen vierwielaandrijving, een werkend 12V-systeem en een vrijstand die je effectief kan kiezen. Die laatste voorwaarde doet de meeste reddingsacties op de oprit stranden, want een lege 12V-accu kan betekenen dat je de elektrische parkeerrem niet vrij krijgt of geen neutraal kan kiezen, en net daarom zoeken takeldiensten eerst de startpolen onder de motorkap en pas daarna het sleepoog. Een auto enkele meters uit de gevaarzone trekken is een apart geval en wordt aanvaard, zelfs met blokkerende wielen.
De regels veranderen aan de grens, en de snelweg is waar het knelt
België is het strengst van de drie grote buren: de maximumsnelheid bij het slepen van een voertuig is 25 km/u, wat slepen op een autosnelweg of autoweg op zich al onmogelijk maakt, en het is daar bovendien apart verboden. De kabel of stang mag niet langer zijn dan vijf meter, alles boven drie meter moet duidelijk gesignaleerd worden, en de gesleepte auto rijdt met zijn waarschuwingslichten aan. Nederland laat 50 km/u toe, en op de snelweg mag je enkel slepen tot de dichtstbijzijnde veilige plek, een afrit of een parkeerplaats, niet de rest van de weg naar huis. Duitsland laat een kabel op de Autobahn alleen toe als de panne daar gebeurd is, en dan nog tot de eerstvolgende afrit, met een boete voor wie verder rijdt. Lees die drie samen en de praktische conclusie is overal dezelfde: een sleepkabel is een middel om van een weg te geraken, nooit om een rit af te maken. Op de snelweg is de volgorde pechstrook, waarschuwingslichten, fluohesje vóór je de deur opent, iedereen achter de vangrail, en dan pas de telefoon, en dat is dezelfde routine langs de weg als na eender welk incident.
Wat je concreet doet
Twee minuten op je eigen oprit nu zijn een uur langs de weg later waard, want alles hieronder is veel lastiger uit te zoeken in het donker met verkeer dat voorbijrijdt.
Zoek het sleepoog vandaag, bij daglicht. Til de koffervloer op, kijk in de zijvakken als er geen reservewiel is, en lees meteen de bladzijde over slepen in de handleiding.
Hou er rekening mee dat de draad omgekeerd loopt. Bij heel wat auto's draai je tegen de klok in vast, en zet het stevig vast in plaats van handvast.
Wip het bumperklepje open met een plastic demontagetool of een sleutel in een doek, op de gemarkeerde rand, niet met een schroevendraaier tegen de lak.
Zet het contact aan in de gesleepte auto, zodat het stuurslot open gaat en de waarschuwings- en remlichten werken.
Reken op twee of drie bekrachtigde trappen op de rem en daarna een hard pedaal, en hou veel meer afstand dan nodig lijkt.
De gesleepte bestuurder houdt de kabel strak met licht, constant remmen. Een slappe kabel die aanrukt, is wat er dingen breekt.
Automaat: neutraal, traag, korte afstand, en alleen als je handleiding het uitdrukkelijk toelaat. Kan je het niet nakijken, sleep dan niet.
Elektrisch, hybride of vierwielaandrijving: ga uit van een oprijwagen. Het enige slepen dat je zelf doet, is enkele meters uit de gevaarzone.
Ken de lokale regel voor je ze nodig hebt: 25 km/u en geen snelwegen in België, 50 km/u en enkel tot de dichtstbijzijnde veilige plek in Nederland, enkel tot de volgende afrit in Duitsland.
Hou de kabel of stang onder vijf meter, signaleer ze als ze langer is dan drie meter, en laat de waarschuwingslichten van de gesleepte auto branden.
Kijk na wat je pechbijstand echt dekt: berging van het voertuig naar een garage, vervoer van de inzittenden, en eventuele afstandsgrenzen. Voor een EV: kijk of transport op een oprijwagen inbegrepen is.
Veelgestelde vragen
Mijn sleepoog draait er niet in. Is het het verkeerde?
Vrijwel zeker niet. Draai het eerst eens de andere kant op, want een linkse schroefdraad is hier gebruikelijk en veruit de vaakste oorzaak. Lukt dat niet, kijk dan in de sokkel: veel ervan krijgen af fabriek een plastic plug of afdekdopje, en na een paar winters zitten ze vol vuil en strooizout dat er eerst uit moet. Wat je zeker niet doet, is forceren, want een scheef aangezette draad in een aluminium bumpersteun maakt van een gratis oplossing een carrosseriefactuur. Maak schoon, spuit kruipolie, zet het oog met de hand aan en laat de draad zichzelf naar binnen trekken.
Kan ik de kabel niet gewoon rond de trekhaak of een draagarm slaan?
Nee, en net daar ontstaat veel vermijdbare schade. Het sleepoog is het enige punt op de auto dat ontworpen is voor een trekkracht die van opzij en plots kan komen, en het is vastgeschroefd in structuur die daar net voor gekozen is. Een trekhaakkogel is ontworpen voor een aanhangwagenkoppeling die erop zit, niet voor een lus kabel die er onder zijdelingse belasting vanaf kan glijden. Een draagarm is ontworpen om een wiel te sturen en plooit gewillig, wat je later ontdekt als een wieluitlijning die niet wil blijven staan. Ontbreekt het oog, koop dan het juiste voor jouw auto in plaats van te improviseren.
Is een sleepstang beter dan een sleepkabel?
Aanzienlijk, als je de keuze hebt. Een stang houdt de afstand constant, waardoor het aanrukken dat kabels breekt en sleepogen uitscheurt gewoon niet gebeurt, en de gesleepte bestuurder hoeft niet langer voortdurend te remmen om spanning te houden. Het maakt het duo ook voorspelbaarder in een bocht en bij het stoppen. Dezelfde nationale regels gelden voor allebei, inclusief het Belgische maximum van vijf meter, en een stang is de enige verstandige keuze als de gesleepte auto slecht remt of er een onervaren bestuurder achter het stuur zit.
Mijn EV staat dood op een parking. Mag de buurman hem met een kabel wegtrekken?
Een auto een korte afstand uit de gevaarzone verplaatsen wordt bij alle modellen aanvaard, dus hem uit een vak en naar een hoek trekken is een andere vraag dan hem drie straten verder naar huis slepen. De hindernis is meestal niet de kabel maar de auto zelf: met een lege 12V-accu krijg je de elektrische parkeerrem misschien niet vrij en kan je geen neutraal kiezen, dus de eerste stap is die 12V starthulp geven of laden, niet iets vasthaken. Voorbij die paar meter is het antwoord voor zowat elke elektrische auto een oprijwagen, en de handleiding noemt de uitzondering als die er is.
Heb ik iets bijzonders nodig op mijn rijbewijs of verzekering om te slepen?
Een gewoon rijbewijs B volstaat om een auto met panne te slepen in de landen die hier aan bod komen, maar de voorwaarden eromheen zijn echt en dáár loopt het mis: de snelheidsgrenzen, de snelwegbeperkingen, de lengte en signalisatie van de koppeling, en de waarschuwingslichten. Schade is de rommeligere vraag. Loopt het slepen fout, dan zitten er twee voertuigen en twee polissen in het aansprakelijkheidsplaatje, en schade aan de aandrijflijn van de gesleepte auto omdat hij tegen de instructies van de constructeur in gesleept werd, is zelf veroorzaakte schade die geen enkele polis bedoeld is om op te vangen. Die scheefheid, een gratis sleepbeurt tegenover een aandrijfmodule van vijf cijfers, is het hele argument voor de takelwagen.


